TNO Upcyclen in de Bouw

Naomie: we moeten haast maken met waardebehoud van grondstoffen en materialen, anders komen we in de toekomst dik tekort!

Op 22 januari 2020 tijdens de SMARTCirculair Excellencedag, zorgde Naomi Montenegro Navarro, programmamanager bij TNO voor veel gesprekstof met haar keynote over herbestemming van bouwmaterialen.

Ondanks dat het TNO onderzoek nog niet volledig afgerond is, kan TNO al wel vaststellen dat grondstoffen onder druk komen te staan. Want zelfs als alle bouwmaterialen een herbestemming krijgen lossen we daar toch maar 40% van de benodigde hoeveelheid in.

Naomie: we moeten haast maken met waardebehoud van grondstoffen en materialen, anders komen we in de toekomst dik tekort!

Bekijk hieronder de presentatie

TNO onderzoek ‘Opcirkelen in de Bouw’

TNO doet een onderzoek naar de klimaatbijdrage van hergebruik van bouwmaterialen uit bestaande bouw. Onderzoek op vijf onderwerpen
Digitaal inzicht, Hoeveel bouwmaterialen komen er vrij en wat hebben we nodig? Indicatoren, Kwaliteitseisen en regelgeving, Aanbesteden en Businessmodellen en samenwerking in de keten.

 

Digitaal inzicht

TNO ontwikkelde eerder het BOB (BOuwmaterialen in Beeld)-model dat inzicht geeft in de materialisatie van de huidige gebouwde omgeving. Door dit model te combineren met  economische prognoses van het EIB, creëren we op landelijke en provinciale schaalniveau inzicht in de hoeveelheid en type materiaal dat vrijkomt bij ontmanteling en benodigd is voor nieuwbouw voor de komende dertig jaar. We zullen tevens onderzoeken hoe we deze in- formatie het beste beschikbaar kunnen maken. Eén van de mogelijkheden die wordt onderzocht is koppeling met het Madaster platform en zo geregistreerde exacte informatie die zij hebben te combineren met globale schattingen van TNO en EIB. Daarnaast zijn de materiaalstromen uitgebreid met inzichten over materiaalstromen vrijkomend en benodigd voor renovatie. Uiteraard is lang niet al het vrijkomend materiaal geschikt voor hergebruik of recycling. Daarom maakt TNO tevens inzichtelijk wat huidige en opkomende opwerkingstechnieken zijn voor de meest voorkomende materialen die vrijkomen bij renovatie van gevels en daken.

Dit overzicht is aangevuld met de MKI (milieu kosten indicatoren) en CO2-impactcijfers en inschattingen voor de hoeveelheid arbeid en opschaalbaarheid van de verschillende opwerkingstechnieken. Zo kan inzichtelijk worden gemaakt op welke schaal de opwerktechnieken rendabel zijn en wat de circulaire renovatietechnieken kunnen opleveren. Beslissingsondersteunende indicatoren Als je dan dit inzicht hebt en je weet wat de milieu-impact is van hergebruik van verschillende materialen, ben je er nog niet.

 

Hoe meten we nu wat circulair is?

Circulariteit meten is echter niet nieuw; onder andere Platform CB’23 heeft een leidraad voor het meten van circulariteit ontwikkeld en daar sluiten we op aan. Echter, de focus van het RIVM in dit werkpakket zit specifiek op de zeer zorgwekkende (toxische) stoffen (ZZS) in combinatie met circulariteit. Een makkelijk voorbeeld hierin is natuurlijk asbest.

Hergebruik van daken waar asbest in zit is nu onmogelijk. De vraag die hieruit naar voren komt is welke ZZS kunnen we in beeld brengen die in de bouw gebruikt worden en die het lastig of onmogelijk maken om materialen een volgend leven te geven. Een belangrijke vervolgvraag daarin is natuurlijk, of het mogelijk is om met de kennis van nu al iets te zeggen over de toekomst.

Kwaliteitseisen

Naast inzicht en meetbaarheid is de kwaliteit van de her te gebruiken materialen van groot belang. In dit werkpakket zullen onderzoekers van TNO onderzoek doen naar de belemmeringen en uitdagingen op het gebied van ‘kwaliteit’ in relatie tot circulariteit in de bouw, om daarna te komen tot oplossingsrichtingen en aanbevelingen. Hierbij wordt ook de relatie gelegd met wet- en regelgeving, normering, standaardisatie en certificering.

Bij generieke oplossingsrichtingen valt te denken aan de Crisis- en herstelwet en de Omgevingswet per 1 januari 2021, maar ook de Ruimte in Regels en Barrière desk van Cirkelstad. Er wordt inzichtelijk gemaakt dat wet- en regelgeving niet enkel belemmerend werken, welke bewegingsruimte en kansen er zijn en hoe je kan navigeren naar goede oplossingen. Aanbesteden Het behalen van de juiste resultaten begint al bij de eerste processtap van circulair bouwen, namelijk aanbesteden.

Aanbesteden

Welke organisatievorm is voor het gewenste resultaat het meest succesvol? Oftewel, welke vormen van aanbesteden bestaan er en hoe zet je de stap van ambitie naar implementatie?

Drie verschillende processen worden uitgebreid onderzocht in dit werkpakket:

  1. competitief aanbesteden
  2. participatiegericht aanbesteden
  3. co-creërend aanbesteden

 

Daarna wordt per type aanbesteden uiteengezet hoe de informatie uit de overige thema’s (digitaal inzicht, indicatoren, kwaliteitseisen) meegenomen kan worden en op welk punt deze informatie ingezet moet worden. Bijvoorbeeld

  • Inzicht in de verhouding tussen vrijkomend en benodigd beton in de gemeente – hoe neem je inschatting daarover mee bij competitief aanbesteden?
  • Wanneer zet je deze informatie in bij co-creërend aanbesteden? Als specifieke criteria om je bestek mee uit te schrijven of juist als achtergrondinformatie in gesprek met de markt?

De verschillen hiertussen worden uiteengezet in een procesvergelijking per type aanbesteden. Business Modellen Uiteindelijk zal er circulair gebouwd moeten gaan worden door marktpartijen. Verdere opschaling zal dan ook in grote mate bij projectontwikkelaars, aannemers, installateurs en andere uitvoerende partijen komen te liggen.

Nieuwe business modellen

Circulair bouwen veronderstelt echter een compleet andere benaderingswijze ten aanzien van technische toepassingen, verdienmodellen, organisatie en strategie. Oftewel: er moet gezocht gaan worden naar nieuwe business modellen voor circulair bouwen zegt TNO. Dit werkpakket is een samenwerking van marktpartijen – The New Makers, Rothuizen Architecten en De Groene Jongens – en onderwijsinstellingen – Hogeschool Arnhem en Nijmegen en Avans Hogescholen. De deelnemers onderzoeken aan de hand van praktijkvoorbeelden rondom circulaire gevelrenovatie en met input van de overige werkpakketten, hoe circulaire business modellen en nieuwe vormen van samenwerking en organisatie leiden tot een circulaire business case. Dit alles leidt tot een voor alle betrokken stakeholders praktisch toepasbare beslis- en organisatiemethodiek om circulaire business cases op te zetten en te implementeren in de gebouwde omgeving. Uitdaging en praktische toepasbaarheid.

 

TNO onderzoek met triple helix partners

Bij het Upcylce onderzoek zijn partijen uit bedrijfsleven, onderzoek en overheid betrokken.

Marktpartijen

Rothuizen Architecten (bekend van de circulaire jeugdkliniek van Emergis in Kloetinge), De Groene Jongens, The New Makers (van de enige echte #circulaire #keuken), en ook Heijmans, Cirkelstad en Madaster.

Onderzoek

Hogeschool Arnhem Nijmegen, TNO, EIB, Avans Hogeschool en het RIVM.

Overheid

Gemeente Den Haag, Ministerie van BZK, Alliantie Cirkelregio Utrecht, Provincie Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland.

TNO onderzoekt real time casussen

Het onderzoeksproject is in hoge mate participatief, aangezien elke investerende partner een casus heeft ingediend welke toepasbaar is op zijn landelijke of regionale context. Meerdere malen
tijdens het traject toetsen en valideren wij de onderzoeksuitkomsten met het netwerk van de investeerders, opdat de uiteindelijke resultaten daadwerkelijk praktisch toepasbaar zullen zijn.

 

Lees meer